bovenlichaam
Uiterlijk
- Geluid: bovenlichaam (hulp, bestand)
- IPA: / ˈbovə(n)ˌlɪxam / (4 lettergrepen)
- bo·ven·li·chaam
- samenstelling van boven en lichaam
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bovenlichaam | bovenlichamen |
| verkleinwoord | bovenlichaampje | bovenlichaampjes |
het bovenlichaam o
- eigenlijk de bovenste helft van het lichaam (dus boven de navel) meestal het deel van het lichaam boven de heupen
- Een trui en een bloes zijn kledingstukken voor het bovenlichaam
- ▸ Hij boog zijn bovenlichaam naar rechts, zodat hij toch een glimp op kon vangen van hetgeen er zich vlak bij de rand afspeelde.[1]
- ▸ Hij kroop snel in bed toen hij hoorde hoe het water werd uitgezet en legde de deken en het laken zo neer dat ze zijn bovenlichaam tot iets onder zijn navel ontblootten.[2]
- Het woord bovenlichaam staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- In onderzoek uit 2013 van het Centrum voor Leesonderzoek werd "bovenlichaam" herkend door:
| 100 % | van de Nederlanders; |
| 99 % | van de Vlamingen.[3] |
- ↑ “All-inclusive”
(2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht
, ISBN 90-229-9182-2 - ↑ Jan Guillou (vert. Bart Kraamer)“Blauwe ster” (2016), Uitgeverij Prometheus
, ISBN 9789044628265 - ↑
Door archive.org gearchiveerde versie van 21 oktober 2019 “Word Prevalence Values” op ugent.be
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 12
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal
- Prevalentie Nederland 100 %
- Prevalentie Vlaanderen 99 %