bovenhuis

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

koetshuis met bovenhuis.
Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·huis
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bovenhuis bovenhuizen
verkleinwoord bovenhuisje bovenhuisjes

Zelfstandig naamwoord

bovenhuis o

  1. een woning hoger gelegen dan de begane grond
    • Het bovenhuis was onbewoond. 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.

Meer informatie