bovenarmen

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ven·ar·men

Zelfstandig naamwoord

bovenarmen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bovenarm
     Ze pakte Chantal zachtjes bij haar bovenarmen en trok haar naar zich toe.[1]

Verwijzingen

  1. Suzanne Vermeer op WikipediaAll-inclusive” op Wikipedia (2006), A. W. Bruna Uitgevers B. V. , Utrecht, ISBN 90-229-9182-2