bouwtechniek
Uiterlijk
- Geluid: bouwtechniek (hulp, bestand)
- IPA: / 'bɔutɛxnik / (4 lettergrepen)
- bouw·tech·niek
- samenstelling van bouw en techniek
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bouwtechniek | bouwtechnieken |
| verkleinwoord | bouwtechniekje | bouwtechniekjes |
de bouwtechniek v
- een onderdeel van bouwkunde nl. het ontwerpen van de technische details.
- Metselen, timmeren, schilderen, fijnhoutbewerken zijn bouwtechnieken.
- Het woord bouwtechniek staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.