bouwkundigers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bouw·kun·di·gers

Bijvoeglijk naamwoord

bouwkundigers

  1. partitief van de vergrotende trap van bouwkundig
    • Dat is iets bouwkundigers...