bouwkundige
Uiterlijk
- Geluid: bouwkundige (hulp, bestand)
- bouw·kun·di·ge
- Afgeleid van bouwkundig met het achtervoegsel -e
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bouwkundige | bouwkundigen |
| verkleinwoord | - | - |
- (beroep), (techniek), iemand die verstand heeft van bouwen
- De bouwkundige moet die constructie maar even goed nakijken.
- ▸ De ratten in Amsterdam hebben toegang tot huizen met bouwkundige problemen, zoals een kapot riool of gaten in kruipruimten. De dieren worden aangetrokken door voedsel, zoals etensresten op straat bij afvalbakken of voer voor duiven of eenden. Deze factoren kunnen de overlast vergroten, stelt de gemeente.[1]
bouwkundige
- verbogen vorm van de stellende trap van bouwkundig
- Het woord bouwkundige staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
- ↑
Weblink bron “Extra geld voor rattenbestrijding Amsterdam, maar 'rat hoort nu eenmaal in de stad'” (18 april 2025), NOS
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Achtervoegsel -e in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Beroep in het Nederlands
- Techniek in het Nederlands
- Bijvoeglijknaamwoordsvorm in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal