bouleau
Uiterlijk
- van Oudfrans boul, bououl "berk" (komt nog voor in een aantal streektalen) met het achtervoegsel -eau, waarschijnlijk om verwarring te vermijden met het woord boule. Dit is weer afkomstig via vulgair Latijn *betullus van Latijn betulla "berk", wat van Gallische oorsprong is [1]
| enkelvoud | meervoud | ||
|---|---|---|---|
| zonder lidwoord | met lidwoord | zonder lidwoord | met lidwoord |
| bouleau | le bouleau | bouleaux | les bouleaux |
bouleau m
- ↑ bouleau (Etymologie) in: Le Trésor de la Langue Française informatisé (1971-1994)
op de website cnrtl.fr
.