bottleneck

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bot·tle·neck
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘knelpunt’ voor het eerst aangetroffen in 1947 [1]
  • Leenwoord uit het Engels, samenstelling van bottle en neck.
enkelvoud meervoud
naamwoord bottleneck bottlenecks
verkleinwoord bottleneckje bottleneckjes

Zelfstandig naamwoord

bottleneck m

  1. een buisje van gepolijst glas of metaal, door gitaristen gebruikt om bepaalde typische klanken te produceren
    • Een bottleneck wordt gebruikt om slide-gitaar te spelen. 
  2. een wegvernauwing, in het bijzonder een die voor vertraging zorgt
    • Er is een bottleneck op de vluchtroute. 
  3. iets dat het tot stand komen van een bepaald proces bemoeilijkt
    • Dat is een echte bottleneck voor de rest van het systeem. 
     Het binnenkomen was de bottleneck waar ze prima doorheen waren gegleden.[2]
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

83 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[3]

Meer informatie

Verwijzingen