boskap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

boskap
Uitspraak
Woordafbreking
  • bos·kap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boskap
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

boskap m

  1. het omkappen van alle bomen van een bos
    • De hoeveelheid broeikasgassen in de dampkring is vorig jaar gestegen tot een recordniveau. Belangrijkste oorzaken zijn het gebruik van fossiele brandstoffen, boskap en het gebruik van kunstmest. [1] 
    • De Navo stelt dat bomen in bosgebied In de Roet de vliegveiligheid in gevaar brengen. Defensie wil in dit bos daarom onderhoud gaan plegen. Onderbanken wil weten wat daarmee bedoeld wordt, omdat in 2006 zo'n 6 hectare bos gekapt werd. Achteraf bleek dat onterecht. 'Wij verlenen geen medewerking aan boskap', zei Quadvlieg. [2] 
    • Boskap Overdinkel moest worden gemeld: De gemeente Losser legde Maatschap Spiele een boete van 1000 euro op voor het kappen van bomen. Willem Spiele vocht die beslissing aan. [3] 
Verwante begrippen

Gangbaarheid

Meer informatie

Verwijzingen