borduursel

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·duur·sel
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord borduursel borduursels
verkleinwoord borduurseltje borduurseltjes

Zelfstandig naamwoord

borduursel o

  1. weefselversiering aangebracht met naaldwerk
    • De truien zijn versierd met folkloristische borduursels of Noorse motieven. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.