border

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

border naast grasveld
Uitspraak
Woordafbreking
  • bor·der
Woordherkomst en -opbouw
  • uit het engels
enkelvoud meervoud
naamwoord border borders
verkleinwoord bordertje bordertjes

Zelfstandig naamwoord

border m

  1. de rand van een tuin waar bloemen en struiken in staan
Gangbaarheid
87 % van de Nederlanders
77 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
border borders

Zelfstandig naamwoord

border

  1. grens
vervoeging
onbepaalde wijs to border
he/she/it borders
verleden tijd bordered
voltooid
deelwoord
bordered
onvoltooid
deelwoord
bordering
gebiedende wijs border

Werkwoord

border

  1. begrenzen
  2. grenzen aan


Frans

Uitspraak
stamtijd
infinitief verleden
tijd
voltooid
deelwoord
border
bordais
bordé
eerste groep volledig

Werkwoord

border

  1. begrenzen
  2. grenzen aan