boomverzorgertje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·ver·zor·ger·tje

Zelfstandig naamwoord

boomverzorgertje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boomverzorger