boomsuiker

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·sui·ker

Niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.

Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomsuiker -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boomsuiker m

  1. suiker gewonnen uit het sap van bomen
    • Deze esdoorns leveren erg goede boomsuiker. 
Synoniemen
Vertalingen