boomslang

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·slang
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Afrikaans.
enkelvoud meervoud
naamwoord boomslang
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. (dierkunde) Dispholidus typus, een slang uit de familie gladde slangen (Colubridae) uit sub-Sahara Afrika
    • Het mannetje van de boomslang heeft een prachtige groene kleur. 
Vertalingen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.

Meer informatie


Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord boomslang boomslange

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Engels

enkelvoud meervoud
boomslang boomslangs

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Fins

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Frans

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Italiaans

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Pools

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang


Zweeds

Zelfstandig naamwoord

boomslang

  1. boomslang