boomlopers

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·lo·pers
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomloper boomlopers
verkleinwoord boomlopertje boomlopertjes

Zelfstandig naamwoord

boomlopers mv

  1. (vogels) (Margarornis) een vogelgeslacht dat inheems is in zuidelijk Centraal-Amerika en noordelijk Zuid-Amerika uit de familie Furnariidae op Wikispecies
    • Heb jij het college over de boomlopers gevolgd? 
Hyperoniemen
Hyponiemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

boomlopers mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord boomloper

Gangbaarheid