boomkap

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·kap
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomkap -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boomkap m

  1. het rooien van bomen
    • Er komt nog geen einde aan de boomkap in de Amazone. 
Synoniemen
Vertalingen

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
85 % van de Vlamingen.