boomgroep

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·groep
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomgroep boomgroepen
verkleinwoord boomgroepje boomgroepjes

Zelfstandig naamwoord

boomgroep v/m

  1. een groep bomen in een verder relatief opener landschap
    • Bij de boomgroep verderop moet je rechtsaf. 
Synoniemen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
84 % van de Vlamingen.