boomgaard

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Jump to search

Nederlands

Boomgaard
Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·gaard
Woordherkomst en -opbouw
  • In de betekenis van ‘grond met vruchtbomen’ voor het eerst aangetroffen in 1100 [1]
  • samenstelling van  boom   en  gaard  
enkelvoud meervoud
naamwoord boomgaard boomgaarden
verkleinwoord boomgaardje boomgaardjes

Zelfstandig naamwoord

boomgaard m

  1. een stuk grond met vruchtbomen
    • Het is prachtig in de lente met de boomgaard in bloei. 
Vertalingen

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen