boomblad

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boom·blad
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boomblad boombladen
boombladeren
boomblaren
verkleinwoord boomblaadje boomblaadjes

Zelfstandig naamwoord

boomblad o

  1. een blad van een boom
    • Er lag een boomblad op tafel tussen de bloemen. 
Vertalingen

Gangbaarheid

96 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Meer informatie