boogpezen
Uiterlijk
- boog·pe·zen
- boogpees met uitgang -en, waarbij de slotmedeklinker weer stemhebbend wordt
de boogpezen mv
- meervoud van het zelfstandig naamwoord boogpees
- ▸ De bijna twee meter lange draad is nooit eerder onderzocht. Het is een van de slechts drie bekende boogpezen uit de prehistorie, samen met een iets jongere pees uit de Zwitserse Alpen en een 8.000 jaar oud stukje pees aan een kapotte boog uit Catalonië – alledrie van gevlochten dierenpezen.[1]
- Het woord 'boogpezen' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- ↑
Weblink bron Hendrik Spiering“Ötzi gebruikte dierlijke pezen voor zijn pijl-en-boog” (14 januari 2020) op nrc.nl