bonobo

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·no·bo
enkelvoud meervoud
naamwoord bonobo bonobo's
verkleinwoord bonobootje bonobootjes

Zelfstandig naamwoord

bonobo m

  1. (zoogdieren) Pan paniscus, een mensaap, staat samen met de chimpansee van alle diersoorten, het dichtst bij de mens
    • Een duidelijk verschil is dat bonobo's minder geneigd zijn tot geweld dan chimpansees. Geweld onder bonobo's komt voor, maar het is veel minder gebruikelijk en vrijwel altijd ook minder serieus. Daarentegen is seks bij bonobo's een veelvoorkomend verschijnsel met een grote sociale functie 
Vertalingen

Gangbaarheid

71 % van de Nederlanders;
96 % van de Vlamingen.

Meer informatie