bonnet

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken
Kardinaal Schönborn met bonnet

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·net
enkelvoud meervoud
naamwoord bonnet bonnetten
verkleinwoord bonnetje bonnetjes

Zelfstandig naamwoord

bonnet v/m

  1. (kleding) een soort muts
    De bonnet van een kardinaal heeft vier opstaande randen.
Woman with bonnet


Engels

Uitspraak
enkelvoud meervoud
bonnet bonnets

Zelfstandig naamwoord

bonnet

  1. (VK): motorkap
  2. (kleding) soort vrouwenhoed met een lint onder de kin
Synoniemen


Frans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bonnet     le bonnet     bonnets     les bonnets  

Zelfstandig naamwoord

bonnet m

  1. muts
  2. netmaag
  3. cup (deel van een bh)