bonnet

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Kardinaal Schönborn op Wikipedia (nl) met bonnet.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·net
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bonnet bonnetten
verkleinwoord bonnetje bonnetjes

Zelfstandig naamwoord

bonnet v / m

  1. (hoofddeksel) soort muts
    • De bonnet van een kardinaal heeft vier opstaande randen. 
Anagrammen

Gangbaarheid

61 % van de Nederlanders;
59 % van de Vlamingen.[2]

Meer informatie

Verwijzingen


Engels

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
bonnet bonnets

Zelfstandig naamwoord

bonnet

  1. (techniek) (VK) motorkap
  2. (hoofddeksel) soort vrouwenhoed met een lint onder de kin
Synoniemen


Frans

Uitspraak
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
zonder lidwoord met lidwoord zonder lidwoord met lidwoord
  bonnet     le bonnet     bonnets     les bonnets  

Zelfstandig naamwoord

bonnet m

  1. (hoofddeksel) muts
  2. (zoötomie) netmaag
  3. (kleding) cup (deel van een bh)