bonkend

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·kend

Werkwoord

vervoeging van: bonken
verbogen vorm: bonkende

bonkend

  1. onvoltooid deelwoord van bonken
stellend
onverbogen bonkend
verbogen bonkende
partitief bonkends

Bijvoeglijk naamwoord

bonkend

  1. met grote hevigheid kloppen
    • Moe, maar tegelijkertijd met een hyper gevoel in bed liggen, overdag energieloos zijn en een alarmerend bonkende hartslag bij geringe inspanning. [1] 
    • Wat onderzoekers wel weten, is dat je van alcoholhoudende dranken flink uitdroogt. Wie alcohol drinkt moet vaker naar de wc, waardoor je soms tot wel vier keer meer vocht verliest dan je binnenkrijgt. Het zorgt ervoor dat het aandeel vocht in de bloedvaten van onze hersenvliezen daalt. Met bonkende koppijn als gevolg. ,,Water voorkomt alleen uitdroging als je elk glas alcohol afwisselt met een glas water. Wie vlak voor het slapen gaan nog wat glazen water drinkt, is al te laat.’’ [2] 
Synoniemen


Gangbaarheid


Verwijzingen

  1. Tubantia Lisette van der Geest 02-08-18 'Wie dit gebruikt speelt met zijn leven'
  2. Tubantia Kaj van Arkel 18-11-18 Dit is waarom er nog geen ‘antikaterpil’ op de markt is