bonjouren

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·jou·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bonjouren
bonjourde
gebonjourd
zwak -d volledig

Werkwoord

bonjouren

  1. overgankelijk ~ uit zonder veel uitleg buitenzetten
    • Voor hij het wist, werd hij hardhandig uit de kroeg gebonjourd. 

Gangbaarheid

89 % van de Nederlanders;
74 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be