bonjouren

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·jou·ren
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
bonjouren
bonjourde
gebonjourd
zwak -d volledig

Werkwoord

bonjouren

  1. overgankelijk ~ uit zonder veel uitleg buitenzetten
    • Voor hij het wist, werd hij hardhandig uit de kroeg gebonjourd. 

Gangbaarheid

92 % van de Nederlanders
77 % van de Vlamingen.