bonden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bon·den

Werkwoord

vervoeging van
binden

bonden

  1. meervoud verleden tijd van binden
    • Wij bonden. 
    • Jullie bonden. 
    • Zij bonden. 

Zelfstandig naamwoord

bonden mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bond
Verwante begrippen

Gangbaarheid

98 % van de Nederlanders;
94 % van de Vlamingen.