bomvrij

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

[2] bomvrij ziekenhuis
Uitspraak
Woordafbreking
  • bom·vrij
Woordherkomst en -opbouw
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen bomvrij bomvrijer bomvrijst
verbogen bomvrije bomvrijere bomvrijste
partitief bomvrijs bomvrijers -

Bijvoeglijk naamwoord

bomvrij [1]

  1. zorgen dat ergens geen mijnen meer liggen
    • Vissers worden gestimuleerd opgeviste bommen aan te geven bij de kustwacht. Toch blijft het bomvrij maken van onze Noordzee een kwestie van de lange adem. [2] 
    • Vertegenwoordigers van meer dan zestig landen en internationale organisaties maken 750 miljoen euro vrij voor de wederopbouw en het bomvrij maken van Libanon. Dat moet genoeg zijn om het land de komende vier maanden op de rails te helpen. Critici vrezen echter dat het geld verkeerd terecht zal komen. [3] 
  2. beschermd tegen een aanval met explosieven
    • ,,De kamer is brandveilig, bomvrij en aanval-bestendig", aldus een insider aan Us Weekly. Waarom de twee een zogenoemde panic room laten bouwen? Volgens de bron heeft het niks te maken met de sterrenstatus van George. Amal is een mensenrechtenadvocate en heeft regelmatig belangrijke cliënten en controversiële zaken. ,,Ze wil graag zeker zijn dat ze veilig is in haar eigen huis," aldus de ingewijde. [4] 
    • De luchtmachtbasis Twenthe is zeer gedetailleerd afgedrukt. Moesten luchtfoto's waarop het vliegveld was te zien, tot voor kort op last van het ministerie van defensie van een belemmerend raster worden voorzien, op de kaart van de KGB zijn zelfs de betonnen shelters aangegeven waar destijds de NF-5 jachtvliegtuigen bomvrij stonden geparkeerd. [5] 
Vertalingen

Gangbaarheid

93 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.[6]

Verwijzingen