bolwerk

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bol·werk
enkelvoud meervoud
naamwoord bolwerk bolwerken
verkleinwoord bolwerkje bolwerkjes

Zelfstandig naamwoord

bolwerk o

  1. uitstekend, vijfhoekig gedeelte van een bastion of vesting
  2. versterking, hetgeen ter versteviging dient
  3. (figuurlijk), (pejoratief) plaats waar een organisatie of groep sterk staat
    Dat is een bolwerk van fascisten.
    → verwijst naar een plaats waar fascisten verzamelen of waar zij talrijk zijn
Vertalingen