bolwassing

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bol·was·sing
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bolwassing bolwassingen
verkleinwoord bolwassinkje bolwassinkjes

Zelfstandig naamwoord

bolwassing v

  1. (België) een boze opmerking omdat iemand wat fout heeft gedaan
    • Het meisje kreeg een bolwassing van haar moeder, omdat ze haar kamer alweer niet had opgeruimd. 
Synoniemen
  1. uitbrander

Gangbaarheid

57 % van de Nederlanders;
95 % van de Vlamingen.