boloop

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

enkelvoud meervoud
naamwoord boloop bolope

Zelfstandig naamwoord

boloop

  1. (aardrijkskunde) bovenloop
    «Hier gaan die pad oor die bolope van die Keurboomsrivier.»
    Hier loopt de weg langs de bovenlopen van de Keurboomsrivier.