bokkenpruik
Uiterlijk
- Geluid: bokkenpruik (hulp, bestand)
- IPA: /bɔkəprœyk/
- bok·ken·pruik
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | bokkenpruik | bokkenpruiken |
| verkleinwoord | bokkenpruikje | bokkenpruikjes |
de bokkenpruik v
- (figuurlijk) alleen in de ~ ophebben: slecht gehumeurd zijn
- Hij heeft al dagenlang de bokkenpruik op.
- Het woord bokkenpruik staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 11
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Invoegsel -en- in het Nederlands
- Samenstelling in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Figuurlijk in het Nederlands
- Woordenlijst Nederlandse Taal