bokant

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Afrikaans

Uitspraak
enkelvoud meervoud
naamwoord bokant bokante

Zelfstandig naamwoord

bokant

  1. bovenkant

Voorzetsel

bokant

  1. boven, aan de bovenkant van
    «Werk die mousgate net bokant die middellyn in die sirkel in»
    Werk de mouwsgaten net boven de middellijn de cirkel in.