boge

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·ge

Werkwoord

vervoeging van
bogen

boge

  1. aanvoegende wijs van bogen


Middelnederlands

enkelvoud meervoud
nominatief boge bogen
genitief bogen bogen
datief boge bogen
accusatief boge bogen

Zelfstandig naamwoord

boge m

  1. boog