boffen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bof·fen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
boffen
bofte
geboft
zwak -t volledig

Werkwoord

boffen

  1. (inergatief) geluk hebben
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Zelfstandig naamwoord

boffen mv

  1. meervoud van het zelfstandig naamwoord bof
Verwijzingen
  1. etymologiebank.nl