boerenknoopje
Uiterlijk

- Geluid: boerenknoopje (hulp, bestand)
- IPA: / ˈburə(n)ˌknopjə / (4 lettergrepen)
- boe·ren·knoop·je
- afgeleid van boerenknoop zn met het achtervoegsel -je
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | (boerenknoop) * | (boerenknopen) * |
| verkleinwoord | boerenknoopje | boerenknoopjes |
het boerenknoopje o
- verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boerenknoop
- (buikpotigen) bepaald soort slak, Discus rotundatus
uit de familie van de Discidae
; de wetenschappelijke naam van de soort werd in 1774 voor het eerst geldig gepubliceerd door Otto Friedrich Müller 
- [2] In de betekenis 'bepaald soort slak' is dit verkleinwoord meer gangbaar dan "boerenknoop".
- [2] longslakken, slakken, weekdieren, dieren
- Het woord 'boerenknoopje' staat niet in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Taalunie.
- Zie Wikipedia voor meer informatie.
Categorieën:
- Woorden in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands van lengte 13
- Woorden in het Nederlands met audioweergave
- Woorden met 4 lettergrepen in het Nederlands
- Woorden in het Nederlands met IPA-weergave
- Achtervoegsel -je in het Nederlands
- Zelfstandig naamwoord in het Nederlands
- Zelfstandignaamwoordsvorm in het Nederlands
- Buikpotigen in het Nederlands
- Weekdieren in het Nederlands
- Niet in Woordenlijst Nederlandse Taal