boerenbedrog

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boe·ren·be·drog
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord boerenbedrog -
verkleinwoord - -

Zelfstandig naamwoord

boerenbedrog o

  1. een poging om met veel interessant klinkende pseudokennis mensen geld af te troggelen
    • Dat hele verhaal over hydrino's is puur boerenbedrog. 

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.