boende
Uiterlijk
- boen·de
| vervoeging van |
|---|
| boenen |
boende
- enkelvoud verleden tijd van boenen
- Ik boende.
- Jij boende.
- Hij, zij, het boende.
- Ik boende.
- Het woord boende staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.
| vervoeging van |
|---|
| boenen |
boende