boeltje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • boel·tje

Zelfstandig naamwoord

boeltje o

  1. verkleinwoord enkelvoud van het zelfstandig naamwoord boel

Gangbaarheid

95 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.