bodega

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bo·de·ga
Woordherkomst en -opbouw
  • Leenwoord uit het Spaans en afkomstig van het Griekse woord apotheka.
enkelvoud meervoud
naamwoord bodega bodega's
verkleinwoord bodegaatje bodegaatjes

Zelfstandig naamwoord

bodega m

  1. een wijnlokaal
    Hij ging naar de bodega om een wijntje te drinken met vrienden.

Meer informatie


Papiamento

Zelfstandig naamwoord

bodega

  1. scheepsruim


Spaans

enkelvoud meervoud
bodega bodegas

Zelfstandig naamwoord

bodega v

  1. (scheepvaart) scheepsruim