boccaccia

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Italiaans

Uitspraak
Woordafbreking
  • boc·cac·cia

Zelfstandig naamwoord

enkelvoud meervoud
boccaccia boccacce

boccaccia v

  1. lelijke mond, waffel
    «chiudi quella boccaccia
    hou je bek dicht!, hou je waffel!
  2. (persoon) kwaadspreker