bobsleeden

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bob·slee·den

Werkwoord

vervoeging van
bobsleeën

bobsleeden

  1. meervoud verleden tijd van bobsleeën
    • Wij bobsleeden. 
    • Jullie bobsleeden. 
    • Zij bobsleeden.