blufferig

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen


Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bluf·fe·rig
Woordherkomst en -opbouw
  • afleiding van bluf met het achtervoegsel -erig
stellend vergrotend overtreffend
onverbogen blufferig blufferiger blufferigst
verbogen blufferige blufferigere blufferigste
partitief blufferigs blufferigers -

Bijvoeglijk naamwoord

blufferig [1]

  1. met veel grootspraak
    • Doel van de bijeenkomst is de promotie van het gevecht tussen Rico Verhoeven en Badr Hari. En dus wordt de verzamelde pers door Hari getrakteerd op de blufferige ’trash talk’ die bij dit soort evenementen gebruikelijk is. [2] 
    • De stukken laten een schrijver zien die onstuimig was, groots, blufferig, gevoelig, frech, zoals de Duitser het zegt. En altijd met volle kracht vooruit. Wat niet in De laatste duik van de dag staat, zijn de vele brieven die hij bij zijn naderende dood schreef aan zijn vrouw en dochters. [3] 
Synoniemen
Antoniemen

Gangbaarheid

88 % van de Nederlanders;
89 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. Woordenboek der Nederlandsche taal (1864-2001).
  2. De Telegraaf WOUTER LAUMANS EN JORIS POLMAN 10 dec. 2016 ’Bad Boy’ Badr is terug
  3. Het Parool 20 MEI 2009 Heimwee naar Adriaan Jaeggi