blootsvoets

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen
Een blootsvoets lopend meisje.

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloots·voets
Woordherkomst en -opbouw
  • Samenstellende afleiding van bloot en voet met het invoegsel -s- met het achtervoegsel -s

Bijwoord

blootsvoets

  1. met of op blote voeten
    • Ze liep blootsvoets door de tuin. 
Synoniemen
Verwante begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
87 % van de Vlamingen.[1]

Verwijzingen

  1. Bronlink geraadpleegd op 28 april 2020 Weblink bron Gearchiveerde versie “Word Prevalence Values” op ugent.be