blootstaan

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot·staan
Woordherkomst en -opbouw

Werkwoord

blootstaan

stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blootstaan
stond bloot
blootgestaan
klasse 6 volledig
  1. ~ aan: zonder verdere bescherming iets moeten verdragen

Gangbaarheid

94 % van de Nederlanders;
88 % van de Vlamingen.