blootleggen

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot·leg·gen
Woordherkomst en -opbouw
stamtijd
onbepaalde
wijs
verleden
tijd
voltooid
deelwoord
blootleggen
legde bloot
blootgelegd
zwak -d volledig

Werkwoord

blootleggen

  1. overgankelijk de laag die iets bedekt wegnemen
    • Bij deze graafwerkzaamheden werden de fundamenten van een oud kasteel blootgelegd. 
  2. openbaar maken
    • Als de oplichters in handen vallen van FBI-agent Richie (Bradley Cooper) zijn ze gedwongen om mee te werken aan een lokoperatie (Abscam) die corruptie in de Amerikaanse politiek moet blootleggen.[1] 

Gangbaarheid

100 % van de Nederlanders
100 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC 4 maart 2016