blootje

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • bloot·je
Woordherkomst en -opbouw
  • afleding van bloot
enkelvoud meervoud
naamwoord blootje blootjes
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

blootje o

  1. zonder kleren aan
    • Meer dan eens ziet ze daarom dat er tijdens zo’n virtueel contact niets seksueels gebeurt. Er zijn sites waarop je gratis kunt meekijken en -chatten, maar moet betalen om het meisje iets te laten doen. „Die modellen zijn intelligent, handig. Ze weten precies hoe ze die mannen een goed gevoel moeten geven zonder er zelf al te veel voor te doen. Er is er eentje die bijvoorbeeld zegt: voor 75 euro eet ik mijn lasagne op. Dan betalen die kijkende mannen samen dat bedrag, en dan zit zij gezellig in haar blootje te eten.” [1] 
  2. (figuurlijk) voor schut staan
    • En dan, na het vrolijke ‘Don’t Walk Away’ klaart de avond toch op. Met het mooi door Youssef op piano begeleidde ‘Ghosts’ en het flinke vuurwerk bij ‘We Are The Young’ doet de band waar het voor kwam: met grootse gebaren, confetti en nog meer vuurwerk rollen ze hun bombastische rockwals over het publiek heen. Hits als ‘Bridges’ en ‘War’, en de nieuwe nummers ‘Control’ en ‘St. Helena’ zorgen er uiteindelijk voor dat keizer Kensington niet helemaal in z’n blootje staat. Maar z’n kleding is wel een beetje doorschijnend.[2]  
Synoniemen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. NRC Peter Zantingh 10 oktober 2016
  2. NRC Peter van der Ploeg 11 november 2016