bloktijd

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·tijd
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord bloktijd bloktijden
verkleinwoord

Zelfstandig naamwoord

bloktijd

  1. de studieperiode vlak voor een examen
    • Eerlijk? Tijdens het luisteren kregen we stiekem heimwee naar onze bloktijden in een tropische studentenbibliotheek. Want Marathonradio klinkt voor een anders soms jachtige commerciële hitzender best warm. Van de Veire, Daeleman en De Cock strooien genereus met grapjes en slagen erin de bubbel te creëren waar je als student moet in zitten om te slagen. [1] 
    • Het is bloktijd en voor studenten die lijden aan procrastinatie of uitstelgedrag is dat hard. Zowat een vijfde van de studenten zou hardnekkig uitstelgedrag vertonen. Wouter Vindevoghel begeleidt studenten ... [2] 
Synoniemen
Verwante begrippen

Gangbaarheid

90 % van de Nederlanders;
98 % van de Vlamingen.

Verwijzingen

  1. De Standaard 19 JUNI 2015 Lennart Van Durme Radio die je kunt ruiken
  2. De Standaard 04 JUNI 2012 Tom Ysebaert ‘Ik kon niet studeren want het regende'