blokkeert

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·keert

Werkwoord

vervoeging van
blokkeren

blokkeert

  1. tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blokkeren
    • Jij blokkeert. 
  2. derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van blokkeren
    • Hij blokkeert. 
  3. verouderde gebiedende wijs meervoud van blokkeren
    • Blokkeert!