blokkade

Uit WikiWoordenboek
Naar navigatie springen Naar zoeken springen

Nederlands

Uitspraak
Woordafbreking
  • blok·ka·de
Woordherkomst en -opbouw
enkelvoud meervoud
naamwoord blokkade blokkades
verkleinwoord blokkadetje blokkadetjes

Zelfstandig naamwoord

blokkade v

  1. versperring, afsluiting
    • Een rechter in Brazilië heeft opdracht gegeven om een landelijke blokkade van Whatsapp op te heffen, zo meldt Reuters. Maandag bepaalde een andere rechter nog dat vijf telecomproviders de berichtendienst gedurende 72 uur moesten blokkeren. [2] 
  2. (meteorologie) een drukverdeling waarbij een groot hogedrukgebied de weg blokkeert voor depressies
  3. (militair) een militaire strategie bestaand uit het van de buitenwereld afsluiten van een gebied
    • Volgens de actievoerders voert ook Israël in de bezette gebieden momenteel een apartheidsbewind: onder meer de muur op Palestijns gebied, de economische blokkade van de bezette gebieden en de sloop van woningen daar worden ‘immorele en onwettige praktijken’ van Israël tegen de Palestijnen genoemd door de actievoerders.[3] 
Hyponiemen
Afgeleide begrippen
Vertalingen

Gangbaarheid

99 % van de Nederlanders;
99 % van de Vlamingen.

Meer informatie

Verwijzingen

  1. blokkade op website: Etymologiebank.nl
  2. Philippus Zandstra NRC 3 mei 2016
  3. Paul Steenhuis NRC 15 mei 2016