blokcursus
Uiterlijk
- Geluid: blokcursus (hulp, bestand)
- blok·cur·sus
- samenstelling van blok en cursus zn
| enkelvoud | meervoud | |
|---|---|---|
| naamwoord | blokcursus | blokcursussen |
| verkleinwoord | blokcursusje | blokcursusjes |
de blokcursus m
- (onderwijs) cursus die wordt gegeven en gevolgd gedurende een aaneengesloten periode, waarin geen ruimte is voor andere vakken
- Het woord blokcursus staat in de Woordenlijst Nederlandse Taal van de Nederlandse Taalunie.