bloes

Uit WikiWoordenboek
Ga naar: navigatie, zoeken

Nederlands

A white blouse with blue flowers.jpg
Uitspraak
Woordafbreking
  • bloes
enkelvoud meervoud
naamwoord bloes bloezen
verkleinwoord bloesje bloesjes

Zelfstandig naamwoord

bloes

  1. (kleding) kledingstuk voor het bovenlichaam met knoopjes aan de voorzijde
    Onder enthousiast applaus komt Brooke Shields het toneel op. Iedereen buigt naar voren, uiterst benieuwd naar wat ze draagt. „Oh”, zegt de blonde vrouw naast me teleurgesteld en zakt weer terug. De hoog gesloten zwarte bloes, kaki rok en bruine laarzen zijn niet erg Hollywood. Als ze zit, bedekt ze kuis het kleine stukje blote knie.[1]
Schrijfwijzen
Vertalingen

Werkwoord

vervoeging van
bloezen

bloes

  1. eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloezen
    Ik bloes.
  2. gebiedende wijs van bloezen
    Bloes!
  3. (bij inversie) tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van bloezen
    Bloes je?

Meer informatie

  • NRC 9 december 2014